Binnenkort CO2-afvang in Plant One Rotterdam

    Een commercieel opererend bedrijf, dat zonder enige vorm van subsidie zwarte cijfers draait. Zo omschrijft general manager Gabriël Tschin het innovatiecentrum Plant One Rotterdam. Hij is er trots op dat een groot deel van het complex is opgetrokken uit tweedehands wanden, kozijnen en vaak ook industriële componenten. "Het scheelt enorm in de kosten om onderdelen een tweede kans te gunnen." Bovendien past deze vorm van recycling mooi in het streven van Plant One Rotterdam 'een duurzame toekomst' na te streven.

    Gabriël Tschin heeft zijn sporen in de petrochemische industrie ruimschoots verdiend. In een periode van dertig jaar werkte hij voor verschillende industriële contractors. Veiligheid is één van zijn specialismen. Het wekt dan ook geen verbazing dat juist dit aspect bij het innovatiecentrum aan de Rotterdamse Merseyweg hoog in het vaandel staat. Plant One Rotterdam (P.O.R.) bestaat sinds de zomer van 2015. Het is een voortzetting van de 'oude' Plant One, waarvoor Tschin als projectmanager werkzaam was. "Het was een moeide beslissing om Plant One te stoppen. Het innovatiecentrum had een goede naam opgebouwd, maar was op een gegeven moment zwaar verliesgevend. Je moet de subsidiegelden en vergunningen kunnen verantwoorden, en daarom is het besluit genomen ermee te stoppen." Tschin had direct oren naar een doorstart met Plant One. Ook Huntsman heeft overwogen verder te gaan met het innovatiecentrum, dat op zijn terrein is gevestigd. Volgens Tschin was dit geen goede optie: "Huntsman is een industriële speler. Als het IP niet is beschermd, is het moeilijk innovatie van de grond te krijgen."

    PROCEDURES
    Tschin schatte In dat hij vijf tot acht jaar nodig zou hebben om het complex 'op poten te zetten'. Juist omdat hij een aantal jaar in de keuken had kunnen kijken, wist hij precies wat er moest veranderen om Plant One wél tot een succes te maken. "Als je PET tot een nieuw product wilt upcyclen heb je een installatie nodig. De oude Plant One was er niet op uitgerust de installatie te ondersteunen, maar wij zijn dit nu wel. Verder wil ik studenten van nu betrekken bij de ontwikkeling van ideeën voor morgen. Zij zijn degenen die ermee moeten gaan werken."
    Een ander voor Tschin belangrijk element is veiligheid. Hij meent dat andere partijen dit onderschatten wanneer zij het plan opvatten een innovatiecentrum te starten. "Zij hebben er geen besef bij wat er allemaal bij komt kijken. Alle installaties moeten zijn beveiligd, alles moet met behulp van procedures worden gedaan. Kun je een plastics-installatie bij brand onder water zetten, of moet dit met schuin of CO2 gebeuren? Dat soort beslissingen moeten wij maken." Om zijn woorden te onderstrepen wijst Tschin door het raam naar buiten, waar een van de dertien medewerkers van Plant One Rotterdam doende is een veiligheidsdouche te assembleren, "Kijk, dat bedoel ik! Ook daaraan denken wij."

    DOOR HET OOG VAN DE NAALD
    "Soms word ik er een beetje moe van als ik hoor dat partijen een complex à la Plant One willen beginnen", bekent Tschin, "Weten ze wel wat dit op het gebied van veiligheid allemaal inhoudt? Ik kan mij niet voorstellen dat een complex als het onze binnen twee jaar valt op te zetten. Ook bij de oude Plant One was het veiligheidsniveau destijds nog niet wat het nu is. Wij door het oog van de naald gekropen. Je hebt kennis nodig, HSE-specialisten, ga maar zo door. Er komt veel meer bij kijken dan alleen de verhuur van vierkante meters. Ik ben ook kritisch naar mijn klanten toe. Laatst heb ik een bedrijf geweigerd dat een mooie technologie en installatie had ontwikkeld. Het voldeed echter niet aan de veiligheidseisen." Dezelfde normen gelden bij Plant One Rotterdam ook voor de uitstoot, maakt Tschin duidelijk. "Wij moeten weten wat wordt uitgestoten of anders moet het worden getest."

    PYROLYSE
    Het innovatiecentrum herbergt naast oog voor veiligheid nog een ander element dat binnen de procesindustrie zeer belangrijk wordt geacht: ketenintegratie. "Veiligheid, efficiëntie en een minimum aan uitstoot", zo vat Tschin zijn prioriteiten samen. Zo komt bij het pyrolyseproces in Plant One Rotterdam CO2 vrij, die binnenkort wordt afgevangen. Hiervoor is een CO2-afvanginstallatie van TNO/Uniper overgenomen. Nu ligt deze nog in onderdelen buiten het gebouw maar op korte termijn zullen deze worden geassembleerd. Een ander voorbeeld is het syngas dat bij dezelfde pyrolyse vrijkomt. Het streven is dit aan het nabijgelegen Air Liquide te leveren, dat dit restproduct goed kan gebruiken. Tschin vertelt dat nu wordt onderzocht of en op welke wijze er een pijpleiding over het terrein van Huntsman naar Air Liquide kan worden aangelegd. "Op deze manier wordt afval een grondstof."
    BOTANISCHE TUIN
    Het huren van een vierkante meter bij Plant One Rotterdam is volgens Tschin ongeveer gelijk in prijs als van een reguliere kantoorruimte. "Daarin zit ons verdienmodel niet. Wij kunnen utilities bieden, laboratoriumruimte en leveren ondersteunende diensten voor het onderhouden van installaties." Zestien klanten zijn nu in Plant One Rotterdam gevestigd, van kleine start-ups tot gerenommeerde namen als Invista, Evides, TNO en Air Liquide. Bij Plant One Rotterdam is ook een bedrijf gevestigd dat medicinale producten ontwikkelt, en hiervoor een botanische tuin op het terrein wil realiseren. Zeventig procent van het vloeroppervlak is verhuurd, geeft Tschin aan. "In samenwerking met het Havenbedrijf Rotterdam, de gemeente Rotterdam en Deltalinqs werken wij aan plannen om op het aanpalende terrein opslagtanks te bouwen. Wij lobbyen nu om Europese subsidies hiervoor aan te vragen. Ik ben vol vertrouwen dat dit gaat slagen."
    Plant One Rotterdam heeft een beschikking voor subsidie ontvangen uit de SDE+regeling, waarmee het tweeduizend zonnepanelen op het dak kan plaatsen. "Wij hebben net een contract met de aannemer gesloten. Eventuele overcapaciteit aan zonnestroom kunnen wij aan Huntsman en onze buren leveren."

    NULLIJN
    In het eerste half jaar van zijn bestaan leed Plant One Rotterdam nog een klein verlies. Het jaar erop, en ook dit jaar schirjft het innovatiecentrum zwarte cijfers. "Het resultaat uit 2016 gaan wij dit jaar overtreffen. En 2018 belooft een fantastisch jaar te worden", is Tschin optimistisch. Alle winst die hij boekt wordt in het complex gestoken. 'De nullijn draaien' noemt hij dit. Verstandig beleid, hoewel Tschin liever veel meer geld in Plant One Rotterdam zou willen steken. De middelen ontbreken echter hiervoor, waardoor hij genoodzaakt is alleen de meest noodzakelijke zaken aan te pakken. "Wij hebben een impuls nodig. Met het Havenbedrijf Rotterdam, de gemeente Rotteram en Deltalinqs ben ik in gesprek om te zien of wij gezamenlijk een stappenplan kunnen uitvoeren." Tschin streeft ernaar gezamenlijk het ketenintegratieproject van Plant One Rotterdam vorm te geven. "Het uiteindelijke doel is met de kennis van nu de fabriek van de toekomst te creëren. We moeten nú beginnen!".

    Europoort Kringen - nov. 2017